ECLI:NL:RBNHO:2020:2928
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar BPM na termijnoverschrijding en hoorplicht
Eiseres deed aangifte en betaalde BPM voor een Audi A4 Avant op 1 maart 2018. Het bezwaar tegen deze betaling werd op 22 mei 2018 ingediend, na afloop van de wettelijke termijn van zes weken. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Eiseres stelde dat zij niet wist wanneer de betaling had plaatsgevonden en dat verweerder haar niet had gehoord voorafgaand aan de niet-ontvankelijkverklaring.
De rechtbank oordeelde dat het niet kennen van de betaaldatum niet rechtvaardigt dat eiseres niet in verzuim was, aangezien zij als belanghebbende verantwoordelijk is voor het tijdig indienen van het bezwaar. Verweerder had een hoorgesprek gehouden met de gemachtigde van eiseres, die echter weigerde verder in gesprek te gaan over de overige dossiers. Hierdoor mocht verweerder aannemen dat eiseres afzag van haar hoorrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de gevraagde rente- en proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter B. van Walderveen op 20 april 2020 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de BPM-betaling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het beroep wordt ongegrond verklaard.