ECLI:NL:RBNHO:2020:2930
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar tegen BPM-betaling wegens termijnoverschrijding
Eiseres diende bezwaar in tegen de betaling van BPM over een Volkswagen Tiguan, waarvan de betaling op 16 maart 2018 plaatsvond. Het bezwaar werd echter pas op 22 mei 2018 ontvangen, ruim na het verstrijken van de zeswekentermijn die op 27 april 2018 eindigde. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
Eiseres voerde aan dat zij niet op de hoogte was van de exacte betaaldatum en dat de inspecteur haar niet had gehoord voorafgaand aan de niet-ontvankelijkverklaring. De rechtbank oordeelde dat het niet kennen van de betaaldatum niet vrijstelt van de verplichting tijdig bezwaar in te dienen, en dat eiseres als belanghebbende zelf verantwoordelijk was voor het navragen van deze informatie. Bovendien was er een hoorgesprek gehouden met de gemachtigde van eiseres, die bewust afzag van verdere bespreking van de dossiers.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de vorderingen tot rentevergoeding en proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter B. van Walderveen op 20 april 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de BPM-betaling is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.