ECLI:NL:RBNHO:2020:2933
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar BPM bij te late indiening ondanks onbekendheid met betaaldatum
Eiseres diende bezwaar in tegen de betaling van BPM over een Volvo V40, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de zeswekentermijn. Eiseres stelde dat zij niet wist wanneer de betaling had plaatsgevonden en dat dit haar niet in verzuim stelde.
De rechtbank overwoog dat de bezwaartermijn start op de dag na de voldoening van de belasting en dat het aan eiseres was om de betaaldatum te achterhalen. Het te late indienen van het bezwaar kan niet worden toegerekend aan de Belastingdienst.
Verder was er discussie over het ontbreken van een hoorgesprek voorafgaand aan de niet-ontvankelijkverklaring, maar de rechtbank stelde vast dat een hoorgesprek met de gemachtigde had plaatsgevonden en dat eiseres bewust afzag van verdere bespreking.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de gevraagde rente- en proceskostenvergoedingen af. Het vonnis werd gewezen door rechter B. van Walderveen op 20 april 2020.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de BPM-betaling is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het beroep is ongegrond.