Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit van 11 mei 2019, waarbij hun bezwaar tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakkapel werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat het beroep zich niet mede richt tegen het gewijzigde besluit van 23 oktober 2019, omdat eisers zich daarmee verenigen en onvoldoende belang hebben.
Eisers vorderen vergoeding van de kosten die zij in bezwaar hebben gemaakt, stellende dat het bezwaar gegrond had moeten worden verklaard. De rechtbank overweegt dat vergoeding van kosten slechts mogelijk is indien het primaire besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Dit is niet het geval, omdat het primaire besluit niet is herroepen maar aanvullend gemotiveerd.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter W.B. Klaus op 20 april 2020 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.