ECLI:NL:RBNHO:2020:2974
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening inzake urgentieverklaring woningaanvraag
Verzoekster diende een aanvraag in voor een urgentieverklaring omdat zij hoogzwanger is en haar huidige woonsituatie als stressvol ervaart, aangezien zij bij haar broer woont die zijn echtgenote naar Nederland heeft gehaald. Verweerder wees de aanvraag af op grond van de Huisvestingsverordening Haarlemmermeer 2018, omdat verzoekster niet minimaal twee jaar onafgebroken in de gemeente woonachtig was en haar situatie niet voldeed aan de criteria voor sociaal-medische urgentie.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overwoog dat het spoedeisend karakter aannemelijk was, maar dat verzoekster niet voldeed aan de voorwaarde van twee jaar woonduur. Ook de hardheidsclausule kon niet worden toegepast omdat er geen sprake was van een levensbedreigende noodsituatie of bijzondere omstandigheden die niet waren voorzien bij het vaststellen van de verordening.
De rechter benadrukte de ruime beleidsvrijheid van verweerder bij het toepassen van de hardheidsclausule en wees erop dat een situatie van dakloosheid nog niet was vastgesteld. Verzoekster werd geadviseerd gewijzigde omstandigheden direct te melden en eventueel een nieuwe aanvraag in te dienen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt afgewezen.