Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
2 oktober 2019 plaatsgevonden. Vervolgens heeft verweerder gebruik gemaakt van de in artikel 7:10, derde lid, van de Awb genoemde bevoegdheid, waarmee de termijn is verlengd met zes weken. De beslissing op bezwaar zal op 3 februari 2020 intern worden besproken. Vervolgens kan de beslissing op de agenda worden gezet. De behandeling in het college zal dan op 11 februari of 18 februari 2020 plaatsvinden. Zodra de beslissing op bezwaar is genomen zal verweerder een afschrift aan de rechtbank doen toekomen.
Beslissing
- verklaart het beroep wegens het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar gegrond;
- vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op alsnog een besluit te nemen binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van
€ 15.000,-;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van in totaal € 262,50;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178,- aan eiser te vergoeden.