ECLI:NL:RBNHO:2020:3002

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 april 2020
Publicatiedatum
21 april 2020
Zaaknummer
AWB - 20_292
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van beroep tegen WOZ-waarde en onroerendezaakbelasting

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Hoorn betreffende de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting van een object in Noord-Holland.

De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de gemachtigde, G. Gieben, geen advocaat is, moest zij een machtiging overleggen waaruit blijkt dat zij bevoegd is om namens eiseres beroep in te stellen, alsmede een uittreksel uit het handelsregister. De rechtbank heeft deze documenten opgevraagd en een termijn gesteld om het verzuim te herstellen.

G. Gieben heeft niet gereageerd op het verzoek om de machtiging en het uittreksel te overleggen, ondanks dat de brief was ontvangen. Er is geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een machtiging en handelsregisteruittreksel.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 20/292 en 20/293

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2020 in de zaken tussen

[X 1] hodn [X 2] , te [Z] , eiseres,

(gestelde gemachtigde: G. Gieben),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Hoorn, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bij brief van 29 november 2019 tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 18 oktober 2019, gericht tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting betreffende het object [A] (NH), beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Uit het beroepschrift blijkt dat G. Gieben niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen. Iemand - niet zijnde een advocaat - die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim binnen een haar daartoe gestelde termijn te herstellen.
3. Indien de (gestelde) procespartij een rechtspersoon is, vraagt de rechtbank tevens om een uittreksel uit het handelsregister om te kunnen beoordelen of de opdracht tot het instellen van beroep bevoegd is gegeven.
4. De rechtbank heeft G. Gieben bij aangetekende brief van 21 januari 2020 verzocht om binnen vier weken een machtiging waaruit blijkt dat zij gemachtigd is beroep in te stellen namens [X 1] hodn [X 2] en een uittreksel uit het handelsregister over te leggen en daarmee de verzuimen te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien niet aan dit verzoek wordt voldaan, de beroepen niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard. Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek in Track & Trace van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 22 januari 2020 is bezorgd. G. Gieben heeft niet gereageerd.
5.
G. Gieben heeft geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor deze verzuimen.
6. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 24 april 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.