ECLI:NL:RBNHO:2020:3005
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering huurachterstand en servicekosten onderhuurovereenkomst appartement
Eiser verhuurt een bedrijfsruimte en appartementen aan gedaagde, die deze met toestemming onderverhuurt. De huurprijs van een appartement werd door de Huurcommissie verlaagd vanwege gebreken. Na beëindiging van de huurovereenkomst in juli 2018 vordert eiser betaling van huur over augustus 2018 en servicekosten over eerdere jaren.
Gedaagde betwist de vordering en voert aan dat de huur na beëindiging niet meer verschuldigd is en dat zij steeds bereid was procedures bij de Huurcommissie te voeren, maar dat eiser onvoldoende medewerking verleende. De kantonrechter beoordeelt dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en dat de wijziging van de grondslag van huurbetaling naar schadevergoeding in strijd is met de procesorde.
Na jarenlange onderhandelingen en meerdere comparities is de gewijzigde grondslag niet toegelaten. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot betaling van huur en servicekosten wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.