Verzoekster heeft een urgentieverklaring aangevraagd bij de gemeente Zaanstad, maar deze werd geweigerd omdat zij niet ten minste twee jaar onafgebroken in de gemeente stond ingeschreven. Verzoekster stelde dat er sprake was van een schrijnende situatie vanwege medische klachten bij haarzelf en haar dochter en voerde een beroep op de hardheidsclausule in de Huisvestingsverordening.
De medisch adviseur concludeerde dat er geen bijzondere medische omstandigheden waren die een sociaal/medische urgentie rechtvaardigen. De rechtbank stelde vast dat de medische stukken geen indicatie geven voor intensieve of ingrijpende behandelingen die uitsluitend in Zaanstad kunnen worden gegeven. De psychische klachten van verzoekster werden erkend, maar onvoldoende onderbouwd als reden voor urgentie.
De rechtbank oordeelde dat de situatie van een jong gezin zonder zelfstandige woonruimte, waarvan de vader werkt en dat niet langer dan twee jaar in de gemeente woont, niet als onvoorziene bijzondere situatie kan worden aangemerkt. De hardheidsclausule is bedoeld voor schrijnende gevallen die afwijken van de hoofdregels, wat hier niet is aangetoond.
Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 30 april 2020 en is gepubliceerd op rechtspraak.nl.