Verzoekster diende een aanvraag in voor een urgentieverklaring vanwege een aflopende tijdelijke huurovereenkomst en medische problemen. Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad wees deze aanvraag af, stellende dat de huidige woning medisch passend was en er geen acuut huisvestingsprobleem bestond.
Na bezwaar werd dit besluit gehandhaafd. Verzoekster voerde aan dat zij met haar kinderen dreigde dakloos te raken en verwees naar haar medische situatie en zwangerschap. De rechtbank oordeelde dat op het moment van het besluit verzoekster nog woonruimte had en dat een aflopende tijdelijke huurovereenkomst volgens de beleidsregels geen urgent huisvestingsprobleem vormt.
De rechtbank nam het medische advies mee en vond dat de klachten en het feit dat de lift soms niet werkte geen reden waren om de urgentieverklaring toe te kennen. Ook werd opgemerkt dat verzoekster inmiddels een nieuwe aanvraag had ingediend waarin haar gewijzigde omstandigheden meegenomen kunnen worden.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.