ECLI:NL:RBNHO:2020:3190

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 april 2020
Publicatiedatum
28 april 2020
Zaaknummer
HAA 19/5542 V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep WOZ-waarde herstelt verzuim

Opposant had beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het jaar 2019. De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het beroep niet binnen de gestelde termijn waren ingediend.

Opposant stelde dat hij de ontbrekende stukken tijdig per fax had ingediend en overhandigde een faxbevestiging als bewijs. In het verzet is vastgesteld dat het faxbericht van 16 januari 2020 inderdaad binnen de termijn is ontvangen, maar per abuis niet in het dossier was opgenomen.

De rechtbank verklaart het verzet gegrond, vernietigt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en hervat het onderzoek in de stand van voor die uitspraak. De zaak wordt alsnog op een zitting behandeld. Tevens wordt de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten van opposant.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 19/5542 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2020 op het verzet van

[X] , te [Z] , opposant

(gemachtigde: mr. A. Bakker).

Procesverloop

Opposant heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van 20 september 2019 van de heffingsambtenaar van Consensus (hierna: de heffingsambtenaar) inzake de vastgestelde WOZ-waarde van de woning gelegen aan de [a] voor het jaar 2019.
Bij uitspraak van 2 maart 2020 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat opposant niet binnen de gestelde termijn de gronden van het beroep zou hebben ingediend.
2. Opposant stelt dat de rechtbank ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat het verzuim niet binnen de gesteld termijn is hersteld. Opposant stelt dat hij per faxbericht op 16 januari 2020, en derhalve binnen de gestelde termijn, de ontbrekende stukken heeft ingediend. Opposant legt als bewijs hiervan een faxbevestiging over.
3. De rechtbank heeft thans in verzet vastgesteld dat opposant per faxbericht van
16 januari 2020 het beroep heeft gemotiveerd. Het betreffende faxbericht was per abuis niet in het dossier gevoegd. Gelet hierop heeft opposant het verzuim inderdaad binnen de gestelde termijn hersteld. De uitspraak waarbij het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard, kan dan ook niet in stand kan blijven.
4. Gelet op het voorgaande dient het verzet gegrond te worden verklaard. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittinguitspraak werd gedaan. De zaak wordt hierna alsnog op een zitting behandeld.
5. De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de door opposant voor het verzet gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 262,50 (0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift, met een waarde per punt van € 525 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het verzet gegrond;
  • veroordeelt de heffingsambtenaar in de kosten van het verzet van opposant tot een bedrag van € 262,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. De uitspraak is gedaan op 30 april 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken
griffier rechter
Afschrift verzonden op

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.