Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- medeplegen van oplichting (feit 1);
- medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift (feit 2).
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
“Verdachte John H. wist dat er blijkbaar iets niet klopte – waarom zou de FIOD anders een inval doen en een kantoor stil leggen? – en ging toch door met de verkoop van emissierechten en het werven van nieuwe verkopers”, aldus de officieren van justitie.
4.Vorderingen benadeelde partijen
5.Beslissing
niet bewezenwat aan verdachte onder de feiten 1 en 2 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
niet-ontvankelijkin de vorderingen.