Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2020:3417

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 mei 2020
Publicatiedatum
7 mei 2020
Zaaknummer
HAA 19/5601
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding beroepstermijn bij besluit CB Rijkvaardigheidsbewijzen

Eiser heeft tegen een beslissing van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen beroep ingesteld, maar dit beroep is te laat ingediend. De wettelijke termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken na de dag van verzending van het besluit, welke in deze zaak op 30 oktober 2019 is toegezonden. De beroepstermijn eindigde daarmee op 11 december 2019, terwijl het beroepschrift pas op 17 december 2019 digitaal werd ingediend.

Eiser stelde dat hij in de veronderstelling was dat hij al beroep had ingesteld omdat hij op 22 oktober 2019 verzet had ingediend bij het arrondissementparket. De rechtbank oordeelt echter dat deze veronderstelling geen verontschuldiging vormt voor de te late indiening en dat eiser binnen de beroepstermijn hulp had moeten zoeken om zijn belangen adequaat te behartigen.

De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter W.B. Klaus op 6 mei 2020 zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen, met mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 19/5601

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen,verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 17 december 2019 tegen de beslissing op het bezwaarschrift van verweerder van 30 oktober 2019 beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb uitspraak zonder zitting.
2. Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Awb een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden. Een beroepschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is.
Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van Pro de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
3. De dagtekening van het bestreden besluit is 30 oktober 2019. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 11 december 2019.
4. Eiser heeft het beroep op 17 december 2019 digitaal ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
5. Bij aangetekende brief van 7 februari 2020 heeft de rechtbank eiser in de gelegenheid gesteld schriftelijk te laten weten waarom het beroep na afloop van de beroepstermijn is ingediend. Eiser stelt bij ongedateerde brief, ter griffie ingekomen op 11 februari 2020, dat hij op 22 oktober 2019 verzet heeft ingediend bij het arrondissementparket. Hierdoor was hij in de veronderstelling dat dit ook deze zaak betrof. Helaas heeft eiser niemand die alles voor hem uit kan zoeken..
6. Het is aan eiser om binnen de beroepstermijn hulp te zoeken wanneer hij niet in staat is zijn belangen op een adequate manier zelf te behartigen. Het is de rechtbank verder niet gebleken dat eiser een goede verontschuldiging heeft voor de te late indiening van het beroepschrift.
7. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 6 mei 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.