Eiser heeft tegen een beslissing van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen beroep ingesteld, maar dit beroep is te laat ingediend. De wettelijke termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken na de dag van verzending van het besluit, welke in deze zaak op 30 oktober 2019 is toegezonden. De beroepstermijn eindigde daarmee op 11 december 2019, terwijl het beroepschrift pas op 17 december 2019 digitaal werd ingediend.
Eiser stelde dat hij in de veronderstelling was dat hij al beroep had ingesteld omdat hij op 22 oktober 2019 verzet had ingediend bij het arrondissementparket. De rechtbank oordeelt echter dat deze veronderstelling geen verontschuldiging vormt voor de te late indiening en dat eiser binnen de beroepstermijn hulp had moeten zoeken om zijn belangen adequaat te behartigen.
De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter W.B. Klaus op 6 mei 2020 zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen, met mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.