ECLI:NL:RBNHO:2020:3426

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 mei 2020
Publicatiedatum
7 mei 2020
Zaaknummer
HAA 19/5229
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens alsnog besluit op bezwaar

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun bezwaarschrift tegen een omgevingsvergunning voor verbouwing. Verweerder heeft vervolgens alsnog een besluit genomen op het bezwaar. Omdat de vergunning later werd ingetrokken, stelde verweerder dat het bezwaar niet meer ontvankelijk was wegens gebrek aan belang. Eisers trokken daarop hun beroep in, maar verzochten tegelijkertijd om een proceskostenveroordeling van verweerder op grond van artikel 8:75a Awb.

De rechtbank stelde vast dat het beroep werd ingetrokken omdat verweerder aan eisers tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen op het bezwaar. Eisers hadden het verzoek om proceskostenveroordeling tijdig ingediend. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank wees het verzoek toe en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten ad € 262,50 en het griffierecht van € 174.

De uitspraak werd gedaan door rechter W.B. Klaus op 8 mei 2020 in Alkmaar, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gemeente Alkmaar tot betaling van proceskosten en griffierecht na intrekking van het beroep wegens alsnog genomen besluit op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

zittingsplaats Alkmaar
Sector bestuursrecht
zaaknummer: HAA 19/5229

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2020 in de zaak tussen

[eisers] , te [woonplaats] , eisers(gemachtigde: mr. D. Quakernaat),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar, verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben op 26 november 2019 beroep ingesteld in verband met het niet tijdig nemen van een beslissing inzake hun bezwaarschrift van 23 januari 2019 tegen het besluit van 13 december 2018, waarbij een omgevingsvergunning is verleend voor het verbouwen van het pand aan de [locatie] tot [#] appartementen.
Verweerder heeft bij brief van 10 januari 2020 alsnog een beslissing inzake het bezwaar van eisers genomen. Op 11 juli 2019 heeft de commissie bezwaarschriften aangegeven dat de vergunning niet met de juiste procedure is voorbereid. Op 17 september 2019 heeft verweerder eisers bericht alsnog de juiste procedure te starten en in afwachting daarvan een besluit op bezwaar aan te houden. In de afgelopen periode is er contact geweest met de aanvrager, hetgeen uiteindelijk de aanvrager heeft doen besluiten een aangepast plan in te dienen. Dit wordt behandeld in een aparte procedure. Op verzoek van de aanvrager is bij besluit van 31 december 2019 de vergunning van 13 december 2018 ingetrokken. Verweerder stelt dat de vergunning waartegen eisers bezwaar hebben gemaakt niet meer bestaat en dat eisers daarom geen belang meer hebben bij de beoordeling van hun bezwaarschrift. Het bezwaarschrift wordt wegens het ontbreken van procesbelang niet ontvankelijk verklaard.
Eisers hebben het beroep op 30 januari 2020 ingetrokken. Tegelijk met de intrekking van het beroep hebben eisers verzocht om verweerder ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de kosten van de procedure bij de rechtbank.
De rechtbank heeft bij brief van 3 april 2020 verweerder in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Verweerder heeft niet gereageerd.
Nu partijen niet hebben verzocht om op een zitting te worden gehoord heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de kosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit). In het Besluit zijn nadere regels gesteld over de kosten waarop een veroordeling uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.
2. In geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan eisers is tegemoetgekomen, kan ingevolge artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep.
3. De rechtbank stelt vast dat het beroep is ingetrokken omdat verweerder tegemoet is gekomen aan eisers (verweerder heeft alsnog beslist op het bezwaarschrift) en dat eisers tegelijk met de intrekking van het beroep hebben verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.
4. De rechtbank ziet aanleiding het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen toe te wijzen.
5. De kosten hebben betrekking op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de procedure bij de rechtbank en komen ingevolge het bepaalde in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit voor vergoeding in aanmerking. Deze kosten zijn ingevolge het Besluit € 262,50 in verband met het beroep (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5).
6. Ingevolge artikel 8:41, zevende lid, van de Awb dient het door eisers betaalde griffierecht ten bedrag van € 174,- te worden vergoed door verweerder.

BeslissingDe rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 262,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 8 mei 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.