ECLI:NL:RBNHO:2020:3476
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering aan Zwitserland wegens handel in verdovende middelen en witwassen
De rechtbank Noord-Holland behandelde het verzoek tot uitlevering van een Spaanse verdachte aan Zwitserland ter vervolging voor handel in verdovende middelen en witwassen. Het verzoek was onderbouwd met een aanhoudingsbevel, een uiteenzetting van de feiten en relevante rechtsvoorschriften. De verdachte verbleef in uitleveringsdetentie in Nederland.
De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de verdachte was vastgesteld en dat de overgelegde stukken, waaronder het aanhoudingsbevel, voldeden aan de eisen van het Europees Verdrag betreffende uitlevering en de Nederlandse Uitleveringswet. De feiten waren strafbaar gesteld in zowel Zwitserland als Nederland, waarbij sprake was van dubbele strafbaarheid.
De verdachte kon niet onverwijld aantonen onschuldig te zijn, en er was geen reden om aan te nemen dat het vermoeden van schuld ontbrak. Gezien het ontbreken van belemmeringen voor uitlevering en de naleving van de wettelijke vereisten, verklaarde de rechtbank de uitlevering toelaatbaar en besloot deze te effectueren.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitlevering aan Zwitserland toelaatbaar en besluit deze uit te voeren.