ECLI:NL:RBNHO:2020:3534

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 mei 2020
Publicatiedatum
12 mei 2020
Zaaknummer
AWB - 20_999
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2019. De Belastingdienst heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar heeft in het beroepschrift nagelaten de gronden van het beroep te vermelden, zoals vereist volgens de Algemene wet bestuursrecht.

De rechtbank heeft eiser bij brief gewezen op dit gebrek en hem een herstelmogelijkheid geboden om alsnog de gronden te overleggen. Deze brief is aangetekend bezorgd en door eiser ontvangen, maar er is geen reactie gekomen. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en wijst het beroep af. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. van As op 15 mei 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
Zaaknummer: HAA 20/999

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2020 in de zaak tussen

[X] , te [Z] eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 13 december 2019 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar van eiser, gericht tegen de aanslag omzetbelasting over de periode 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 met aanslagnummer [#] , niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft op 9 januari 2020 digitaal tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Verweerder heeft het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend. De rechtbank heeft bij aangetekende brief van 28 februari 2020 eiser erop gewezen dat de gronden van het beroep in ieder geval betrekking moeten hebben op het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar. De rechtbank heeft eiser in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken na de datum van verzending van die brief te herstellen. In deze brief is vermeld dat er geen nader uitstel wordt verleend voor het indienen van de gronden. Nader onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 29 februari 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Eiser heeft niet gereageerd op de niet-ontvankelijkheid. Dit betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 15 mei 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.