ECLI:NL:RBNHO:2020:3571

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 mei 2020
Publicatiedatum
14 mei 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 2284
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 27 Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik

Verzoeker is op 21 april 2019 aangehouden met een ademalcoholgehalte van 405 μg/l en eerder op 31 juli 2016 met 510 μg/l, waarna een educatieve maatregel werd opgelegd. Verweerder heeft het rijbewijs van verzoeker ongeldig verklaard per 1 april 2020 vanwege alcoholmisbruik, gebaseerd op twee psychiatrische rapporten.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen, met het argument dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk. De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang maar stelt dat het verkeersveiligheidsbelang zwaarder weegt.

De rechter oordeelt dat er geen voldoende aanleiding is om te twijfelen aan de conclusies van de psychiatrische rapporten. Verzoeker heeft nog geen tegenrapport overlegd. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en blijft de ongeldigverklaring van het rijbewijs van kracht.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/2284
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 mei 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

gemachtigde: mr. E.B.R. van Griethuysen, advocaat te Haarlem,
en

de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder

gemachtigde: mr. E. van Pernis-van de Wal, manager bezwaar en beroep bij verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 maart 2020 (het besluit) heeft verweerder het rijbewijs van verzoeker vanaf 1 april 2020 ongeldig verklaard.
Verzoeker heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen en het besluit te schorsen.
De zitting heeft plaatsgevonden met gebruikmaking van tweezijdige elektronische communicatiemiddelen (Skype). Verzoeker heeft daaraan deelgenomen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 1] , juridisch medewerker in dienst van CBR.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
2.1
Op 21 april 2019 is verzoeker aangehouden als bestuurder van een bromfiets. De politie, eenheid Noord-Holland, heeft toen bij hem een ademalcoholgehalte geconstateerd van 405 μg/l (hetgeen overeen komt met een bloedalcoholgehalte van 0,932 promille). Eerder op 31 juli 2016 was verzoeker ook als bestuurder aangehouden, waarbij bij hem een ademalcoholgehalte is geconstateerd van 510 μg/l (1,173 promille). Aan hem is toen een educatieve maatregel alcohol en verkeer opgelegd.
2.2
Verweerder heeft verzoeker opgedragen een onderzoek te laten doen naar zijn geschiktheid om een motorrijtuig te besturen. Het onderzoek is uitgevoerd door [naam 2] ( [naam 2] ), psychiater. Dit onderzoek bestond uit een anamnese, een lichamelijk en psychisch onderzoek alsmede een laboratoriumonderzoek. In het verslag van bevindingen concludeert [naam 2] dat sprake is van misbruik van alcohol conform de DSM-IV(-TR)-classificatie. Op verzoek van verzoeker heeft een tweede onderzoek plaatsgevonden dat is uitgevoerd door [naam 3] ( [naam 3] ), psychiater. Dit onderzoek bestond ook uit een anamnese, een lichamelijk en psychisch onderzoek alsmede een laboratoriumonderzoek. In het verslag van bevindingen concludeert [naam 3] dat sprake is van alcoholmisbruik in ruime zin.
3. Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op de bevindingen van [naam 2] en [naam 3] en geconcludeerd dat verzoeker de geschiktheid mist om een motorrijtuig te besturen.
4 Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen dat vereist. Voor zover de daartoe uit te voeren toetsing meebrengt dat de rechtmatigheid van het bestreden besluit wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig karakter en is dat oordeel niet bindend voor de beslissing in de hoofdzaak.
5. Verzoeker heeft aangegeven dat hij een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening, omdat hij [functie] is en een eigen bedrijf heeft. Hij heeft daarom zijn rijbewijs nodig voor zijn werk. Nu verweerder deze stellingen niet betwist, is sprake van spoedeisend belang.
6. In het kader van de in deze procedure te maken belangenafweging is het (spoedeisend) belang van verzoeker niet doorslaggevend, omdat bij ongeschiktheid tot het besturen van een motorrijtuig daar een groot belang van verkeersveiligheid tegenover staat. Een rijbewijs moet immers ongeldig worden verklaard op grond van artikel 27, aanhef en onder b, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 als verzoeker ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorrijtuig.
7. De voorzieningenrechter ziet zich daarom voor de vraag gesteld of naar voorlopig oordeel aan de overtuigende kracht van de psychiatrische rapporten van [naam 2] en van [naam 3] moet worden getwijfeld, omdat er aanwijzingen zijn dat hun rapporten naar inhoud of wijze van totstandkoming gebreken vertonen of inhoudelijk tegenstrijdig of anderszins niet of niet voldoende concludent zijn, zodat er twijfel bestaat of verweerder zich daarop heeft mogen baseren. De voorzieningenrechter beantwoordt deze vraag ontkennend. De ongeschiktheid om een motorrijtuig te besturen baseert verweerder op de diagnose alcoholmisbruik (in ruime zin). Dat houdt in dat verweerder verzoeker onvoldoende verantwoordelijk acht met betrekking tot het gebruik van alcohol in relatie tot het verkeer. Aan de diagnose alcoholmisbruik in ruime zin liggen de twee rapporten van de psychiaters ten grondslag. Verzoeker betwist de conclusies van deze rapporten, maar heeft zijn standpunt dat niet op de rapporten kan worden afgegaan, vooralsnog niet (nader) onderbouwd. Ter zitting heeft verzoeker aangegeven in de bezwaarprocedure een rapport van een andere deskundige te willen overleggen, maar dat rapport is er tot dusver nog niet.
8. Bij die stand van zaken en mede gelet op de inhoud van de rapporten ziet de voorzieningenrechter onvoldoende grond om thans aan de conclusies van de psychiaters te twijfelen en gaat de voorzieningenrechter er van uit dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat verzoeker niet geschikt is om te rijden. De belangenafweging valt derhalve uit in het nadeel van verzoeker.
9. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening daarom afgewezen.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is op 6 mei 2020 gedaan door mr. R.H.M. Bruin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L. Smit, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus geschiedde dat niet op een zitting die zonder meer openbaar toegankelijk is. Zodra het in openbaarheid doen van uitspraken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak daarom, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. De uitspraak wordt ook gepubliceerd op www. rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.