ECLI:NL:RBNHO:2020:3658
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
Betrokkene stelde beroep in tegen een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester op 23 maart 2020, met een verzoek om schadevergoeding van €105 per dag. De maatregel was gebaseerd op een medische verklaring van een psychiater die via een beeldverbinding was opgesteld vanwege de coronacrisis.
De rechtbank oordeelde dat de medische verklaring voldoende was om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel vast te stellen, waaronder gevaar voor ernstig lichamelijk letsel en de veiligheid van personen en goederen. Betrokkene had geweigerd te worden gehoord, waardoor hij geen bezwaren of alternatieven kon aandragen.
De rechtbank stelde vast dat de crisismaatregel een uiterst middel was, gezien eerdere interventies zoals opname in een kliniek en schorsing van voorlopige hechtenis. Het ontbreken van politiemutaties of aangifte deed hieraan niet af. Ook het feit dat de voorlopige hechtenis later werd opgeheven was niet relevant voor de rechtmatigheid van de crisismaatregel.
De rechtbank concludeerde dat de burgemeester bevoegd was de maatregel te treffen zonder aanvullende informatie en dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.