Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer 8 mei 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres(gemachtigde: mr. A.E. Epe),
Procesverloop
3 november 2017.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres maakte bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarbij een gedeelte van de WGA-uitkering op haar werd verhaald. Na een eerste ongegrondverklaring van het bezwaar, kwam het bestuursorgaan alsnog geheel tegemoet aan eiseres met een gewijzigde beslissing. Hierdoor trok eiseres haar beroep in en verzocht gelijktijdig om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak kan worden veroordeeld in de kosten wanneer het beroep wordt ingetrokken vanwege volledige tegemoetkoming. De rechtbank stelde vast dat aan deze voorwaarden was voldaan en wees het verzoek tot vergoeding van proceskosten toe.
De kosten betroffen de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en het betaalde griffierecht. De rechtbank veroordeelde het bestuursorgaan tot betaling van €525,- aan proceskosten en €345,- aan griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter L.M. Kos en griffier A.C. Karels op 8 mei 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het bestuursorgaan wordt veroordeeld tot betaling van €525,- proceskosten en €345,- griffierecht na intrekking beroep wegens volledige tegemoetkoming.