ECLI:NL:RBNHO:2020:3786

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 mei 2020
Publicatiedatum
20 mei 2020
Zaaknummer
AWB - 20_398
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken bestreden besluit in beroepschrift

Eiser heeft op 10 december 2019 beroep ingesteld tegen een bestuursbesluit, maar heeft geen kopie van het bestreden besluit bij het beroepschrift gevoegd zoals vereist volgens artikel 6:5, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief op 23 januari 2020 verzocht dit verzuim binnen vier weken te herstellen, met de waarschuwing dat bij uitblijven van herstel het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Uit onderzoek bleek dat deze brief op 24 januari 2020 door eiser is ontvangen.

Eiser heeft niet gereageerd op dit verzoek en geen reden voor het verzuim gegeven. Daarom is er geen verontschuldiging voor het ontbreken van het bestreden besluit. De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het bestreden besluit in het beroepschrift.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/398

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 mei 2020 in de zaak van

[X] te [Z] , eiser.

Procesverloop

Eiser heeft op 10 december 2019 beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, tweede lid, van de Awb bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Eiser heeft geen kopie van het bestreden besluit waar het beroep zich tegen richt overgelegd. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief van 23 januari 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien eiser niet aan dit verzoek voldoet, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek bij PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 24 januari 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend.
4. Eiser heeft niet gereageerd. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 25 mei 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.