Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 16 april 2020 met producties,
- de antwoordakte,
- de pleitnota van [eiser] ,
- de mondelinge behandeling die via een SKYPE-zitting heeft plaatsgevonden.
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn ex-echtgenoten en gezamenlijk eigenaar van een woning. De eiser woont sinds 2017 met zijn hoogzwangere partner en zoon in de woning, terwijl de gedaagde elders woont met hun dochters. De eiser heeft de hypotheeklasten gedragen en wilde de woning overnemen, maar slaagde hier niet in. De gedaagde startte een procedure om de onverdeeldheid van de woning te beëindigen. De voorzieningenrechter bepaalde in maart 2020 dat de gedaagde zonder toestemming van de eiser verkoophandelingen mocht verrichten, met uitvoerbaarheid bij voorraad.
De eiser vorderde in kort geding schorsing van de executie van dit vonnis vanwege een betalingsregeling met de bank, een noodtoestand door mogelijke dakloosheid, en de gezondheid van zijn hoogzwangere partner. De gedaagde had inmiddels een makelaar ingeschakeld voor taxatie en verkoop.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de nieuwe omstandigheden, waaronder de coronamaatregelen en zwangerschap, het belang van de gedaagde bij beëindiging van de onverdeeldheid en verkoop van de woning zwaarder weegt dan het belang van de eiser bij schorsing. De voorzieningenrechter wees erop dat de woning taxatie en bezichtigingen zonder risico voor de eiser en zijn gezin kunnen plaatsvinden, en dat de datum van levering rekening kan houden met coronamaatregelen.
De vordering tot schorsing werd afgewezen en iedere partij draagt de eigen proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.H. Gisolf op 8 mei 2020.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de executie van het vonnis tot verkoop van de woning wordt afgewezen.