ECLI:NL:RBNHO:2020:3866
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter betwist wegens waarde vorderingen boven €25.000
Eiser heeft een civiele vordering ingesteld tegen gedaagden waarbij zij stelt dat de totale waarde van haar vorderingen, inclusief onbepaalde waarde vorderingen, niet hoger is dan €25.000, zodat de kantonrechter bevoegd zou zijn.
De kantonrechter toetst ambtshalve de bevoegdheid en concludeert dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat de onbepaalde waarde vorderingen samen met de waardevorderingen binnen de €25.000 grens blijven. Er zijn geen prijsopgaven of andere duidelijke aanwijzingen over de waarde van de vorderingen overgelegd.
Daarom verklaart de kantonrechter zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de sectie Handel van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar. Partijen worden opgeroepen bij de rolzitting te verschijnen en er wordt gewezen op de verschuldigdheid van een verhoogd griffierecht na verwijzing.
Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de sectie Handel van de rechtbank.