ECLI:NL:RBNHO:2020:3875

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 april 2020
Publicatiedatum
26 mei 2020
Zaaknummer
HAA 19/5552
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen SVB-besluit wegens termijnoverschrijding

De eiser heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van 31 oktober 2019. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroep te laat was ingediend, namelijk op 13 december 2019 om 23:43 uur, terwijl de termijn eindigde op 12 december 2019.

Eiser stelde dat de rechtbank een verkeerde methode had toegepast bij de beoordeling van de tijdigheid, maar gaf niet aan welke methode volgens haar juist zou zijn. De rechtbank gaf eiser de gelegenheid om haar gronden van verzet nader toe te lichten, maar zij reageerde niet inhoudelijk.

De rechtbank oordeelde dat het enkele betoog over een verkeerde beoordelingsmethode onvoldoende is om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Gezien het belang van rechtsgelijkheid kunnen de strikte regels omtrent de beroepstermijn niet worden genegeerd.

Daarom blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in stand en wordt het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand vanwege overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 19/5552 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2019 op het verzet van

[naam] (hierna: [naam] ), wonende te [woonplaats] ,

Procesverloop

[naam] heeft tegen de beslissing op bezwaar van de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van 31 oktober 2019 beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 11 februari 2020 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
[naam] heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat [naam] niet tijdig beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van 31 oktober 2019.
2. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
3. [naam] kan zich niet verenigen met de uitspraak van de rechtbank omdat zij van mening is dat de rechtbank heeft nagelaten goed in haar dossier te kijken want zij was wel op tijd. De rechtbank heeft een verkeerde methode tot beoordelen, dit heeft [naam] al met eerdere zaken meegemaakt. [naam] heeft haast niet te eten en haar huur moet ook nog betaald worden.
4. Bij brief van 3 maart 2020 heeft de rechtbank [naam] in de gelegenheid haar gronden van verzet binnen twee weken na dagtekening van die brief nader aan te vullen. [naam] is gevraagd aan te geven waarom zij van mening is dat zij wel tijdig beroep heeft ingediend. [naam] heeft niet gereageerd. Nader onderzoek bij PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 16 maart 2020 is afgehaald van een PostNL-locatie.
4. De verzetsrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat er geen aanleiding bestaat anders te oordelen dan in de uitspraak van 11 februari 2020. Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Awb een termijn van zes weken. Vaststaat dat de SVB het bestreden besluit bekend heeft gemaakt door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 12 december 2019. [naam] heeft het beroepschrift op 13 december 2019 om 23 uur 43 minuten digitaal bij de rechtbank ingediend. Het beroepschrift is na de termijn ingediend. De rechtbank oordeelt dat indien [naam] enkel en alleen stelt dat de rechtbank de verkeerde methode tot beoordelen heeft toegepast, zonder dat zij aangeeft welke methode in haar optiek wel juist was geweest is onvoldoende om een verschoonbare termijnoverschrijding aan te nemen. Mede in het belang van de rechtsgelijkheid maakt dat niet dat strikte regels betreffende beroepstermijn moet voldoen, opzij gezet kunnen worden.
5. In wat [naam] heeft aangevoerd, ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 11 februari 2020. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H.A.C. Everaerts, verzetrechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 30 april 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.