ECLI:NL:RBNHO:2020:3894
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minister in proceskosten na intrekking beroep Verklaring Omtrent het Gedrag
Eiser diende een aanvraag in voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor een specifieke functie, welke door de minister voor Rechtsbescherming op 30 augustus 2019 werd afgewezen. Na een ongegrond verklaard bezwaar op 20 november 2019 stelde eiser beroep in bij de rechtbank en verzocht om een voorlopige voorziening. Vervolgens nam de minister op 19 december 2019 een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het bezwaar gegrond werd verklaard, waarna eiser het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening introk.
Gelijktijdig met de intrekking verzocht eiser de rechtbank om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank stelde vast dat het verzoek aan de voorwaarden voldeed en wees het toe. De kosten betroffen rechtsbijstand en griffierecht, waarvoor de minister werd veroordeeld tot betaling van in totaal €1.398,-.
De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter W.B. Klaus op 20 mei 2020 te Alkmaar. Vanwege coronamaatregelen vond geen openbare zitting plaats. Tegen het vonnis met betrekking tot het beroep staat hoger beroep open bij de Raad van State, het verzoek tot voorlopige voorziening is niet-beroepbaar.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van in totaal €1.398,- na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.