Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten, verweerder
de Deken van de Amsterdamse orde van advocaten, te Amsterdam.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker, een advocaat-stagiaire, was sinds 17 augustus 2016 in opleiding en oefende praktijk uit onder begeleiding van een patroon. Na een verlenging van de stage tot 17 februari 2020 verzocht de patroon op 6 november 2019 om goedkeuring om de stage door opzegging te beëindigen vanwege een onherstelbaar verstoorde relatie.
De raad van de orde verleende deze goedkeuring, waarna verzoeker administratief beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening vroeg. De voorzieningenrechter oordeelde dat de relatie tussen verzoeker en patroon definitief verbroken was en dat voortzetting van de stage niet reëel was.
Verzoeker wilde de stage voortzetten onder begeleiding van een andere patroon, maar de voorzieningenrechter stelde dat het bestreden besluit niet onredelijk was en dat eerdere gebeurtenissen buiten de procedure vielen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak is gedaan op 28 mei 2020 door de voorzieningenrechter in Haarlem, met inachtneming van coronamaatregelen, en bindt niet in het bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de stage door opzegging wordt afgewezen.