Eiseres heeft tegen een beslissing op bezwaar van verweerder een beroepschrift ingediend, maar dit was niet tijdig. De wettelijke termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken vanaf de dag na de verzending van het besluit. In deze zaak eindigde de termijn op 10 april 2019, terwijl het beroepschrift pas op 16 juli 2019 werd ontvangen.
De rechtbank heeft eiseres meerdere malen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te verklaren waarom het beroep na afloop van de termijn was ingediend. Eiseres reageerde echter pas na het verstrijken van de gestelde termijnen en vroeg geen uitstel aan. Hierdoor was er geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.
Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder zitting vanwege de coronamaatregelen en kan binnen zes weken worden aangevochten door middel van verzet.