ECLI:NL:RBNHO:2020:4101

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 juni 2020
Publicatiedatum
4 juni 2020
Zaaknummer
HAA 20/903
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing maatwerkvoorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard

Eiseres heeft bij brief van 19 februari 2020 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van 16 januari 2020 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Uitgeest, waarin een maatwerkvoorziening werd afgewezen.

De rechtbank beoordeelde het beroepschrift en constateerde dat eiseres geen gronden van het beroep had vermeld zoals vereist op grond van artikel 6:5 Awb Pro. De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief verzocht dit binnen vier weken te herstellen. Deze brief is op 27 februari 2020 in ontvangst genomen, maar eiseres heeft niet gereageerd en geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter L.M. Kos op 4 juni 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de maatwerkvoorziening wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet herstellen daarvan.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/903

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

gemachtigde: mr. K. Wevers,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Uitgeest, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bij brief van 19 februari 2020 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 16 januari 2020 gericht tegen de afwijzing van een maatwerkvoorziening.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 26 februari 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Nader onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 27 februari 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Eiseres heeft niet gereageerd.
4. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Kos, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 4 juni 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.