ECLI:NL:RBNHO:2020:4316
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling maatmanloon en dagloon bij WIA-uitkering na bedrijfsongeval
Eiser was vrachtwagenchauffeur en viel uit na een bedrijfsongeval, waarna hij een WIA-uitkering werd toegekend. Hij betwistte de hoogte van het maatmaninkomen en dagloon, stellende dat het salaris volgens de toepasselijke CAO hoger zou moeten zijn dan het in de arbeidsovereenkomst vermelde loon.
De rechtbank stelde vast dat de arbeidsovereenkomst een bruto maandsalaris van €1.551,60 exclusief vakantietoeslag vermeldde en dat geen CAO van toepassing was verklaard op deze overeenkomst. De vaststelling van het maatmanloon en dagloon is gebaseerd op de polisadministratie van de werkgever, die overeenkomt met de arbeidsovereenkomst.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen rekening heeft gehouden met het hogere CAO-loon, omdat eiser niet heeft aangetoond dat hij de werkgever heeft gemaand het hogere loon te betalen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.