Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.Het standpunt van partijen
3.Beoordeling
.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester van Zaanstad en eiste een schadevergoeding van €300 wegens vermeende schending van de hoorplicht. Verzoeker stelde dat de burgemeester onvoldoende pogingen had gedaan om hem te horen, ondanks meerdere telefoontjes die niet succesvol waren.
De burgemeester stelde dat er wel degelijk contactpogingen waren geweest, waarbij verzoeker zelf de verbinding verbrak en niet meer opnam, ook niet op een ander nummer. De burgemeester concludeerde dat aan de hoorplicht was voldaan.
De rechtbank oordeelde dat uit het hoorverslag blijkt dat verzoeker de hooragent niet liet uitspreken en de verbinding verbrak, waardoor de burgemeester mocht aannemen dat verzoeker geen contact wilde. Daarmee was voldaan aan de wettelijke hoorplicht uit artikel 7:1 Wvggz Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
De beschikking werd op 18 juni 2020 door rechter L. van Dijk uitgesproken, schriftelijk behandeld vanwege corona, en is vatbaar voor cassatie.
Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.