ECLI:NL:RBNHO:2020:4657
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering ziektewetuitkering wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking
Eiser, werkzaam als klusjesman bij de eenmanszaak van zijn zoon, heeft een ziektewetuitkering aangevraagd die is geweigerd omdat hij volgens verweerder geen werknemer is in de zin van de Ziektewet. De kern van het geschil betreft de vraag of tussen eiser en zijn werkgever een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond, waarbij vooral de gezagsverhouding ter discussie stond.
De rechtbank stelt vast dat aan de voorwaarden van persoonlijk werk verrichten en loonbetaling is voldaan, maar dat de gezagsverhouding ontbreekt. De familierelatie tussen eiser en zijn zoon speelt een doorslaggevende rol; eiser had veel vrijheid in werktijden en werkwijze en werd niet als reguliere werknemer behandeld. De arbeidsovereenkomst en de terugwerkende premiebetaling veranderen hier niets aan.
Op grond van artikel 3 van Pro de Ziektewet en vaste jurisprudentie concludeert de rechtbank dat eiser niet als werknemer kan worden aangemerkt en dus niet verzekerd is voor de Ziektewet. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiser geen werknemer is en wijst het beroep tegen de weigering van de ziektewetuitkering af.