Opposant heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak van de inspecteur van de Belastingdienst, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de gronden niet tijdig waren ingediend.
Opposant stelde in het verzet dat de gronden wel tijdig waren ingediend en herstelde het verzuim binnen de gestelde termijn met een digitale brief op 6 april 2020.
De rechtbank stelde vast dat het verzuim inderdaad was hersteld en verklaarde het verzet gegrond. De eerdere buiten-zittinguitspraak vervalt en de zaak wordt alsnog op zitting behandeld.
De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van het verzet, vastgesteld op € 262,50 volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Er staat geen rechtsmiddel open tegen deze uitspraak.