ECLI:NL:RBNHO:2020:4767

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 juni 2020
Publicatiedatum
1 juli 2020
Zaaknummer
HAA 19/588, 19/589 V
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring in belastingzaak ongegrond verklaard

Opposante heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar van de Belastingdienst, maar de rechtbank verklaarde deze beroepen niet-ontvankelijk omdat opposante niet binnen de gestelde termijn de benodigde stukken had ingediend.

Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring stelde opposante verzet in en verzocht om uitstel van de zitting, maar verscheen niet op de zitting van 26 juni 2020. De rechtbank wees het verzoek om uitstel af en besloot op het verzet zonder nieuwe hoorzitting.

Opposante voerde aan dat de termijnoverschrijding te wijten was aan overmacht wegens ernstige ziekte, maar de rechtbank oordeelde dat de niet-ontvankelijkverklaring ook gebaseerd was op andere verzuimen waartegen geen bezwaar was gemaakt.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de eerdere uitspraak in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet van opposante is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van haar beroepen blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 19/588 en 19/589 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juni 2020 op het verzet van

[X] , opposante.

Procesverloop

Opposante heeft tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam van 21 en 29 december 2018, beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 15 april 2019 heeft de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Opposante heeft verzocht om op een zitting te worden gehoord. Opposante heeft meerdere malen verzocht om uitstel van de behandeling van het verzet op zitting. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2020. Opposante is niet verschenen.

Overwegingen

1. De griffier heeft opposante bij brief van 29 mei 2020 in de gelegenheid gesteld om over het verzet te worden gehoord op 26 juni 2020. Bij fax van 2 juni 2020 heeft opposante verzocht die verzetzitting uit te stellen. Dit verzoek om uitstel heeft de rechtbank afgewezen bij brief van 4 juni 2020. De rechtbank heeft, het belang van opposante afwegende tegen het algemeen belang van een doelmatige procesgang, geen aanleiding gezien opposante opnieuw in de gelegenheid te stellen om over het verzet te worden gehoord en beslist hierbij dan ook op het verzet van opposante.
2. De rechtbank heeft in de beroepszaken uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposante niet binnen de gestelde termijn de gronden heeft ingediend, een uittreksel uit handelsregister heeft overgelegd en het beroepschrift heeft ondertekend.
3. Opposante voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat in casu sprake is van een verschoonbare overschrijding van de termijn voor de betaling van het griffierecht omdat sprake was van een overmachtssituatie, te weten ernstige ziekte.
4. Zoals hiervoor is overwogen, heeft de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk verklaard in verband met andere verzuimen. Daar heeft opposante niets over aangevoerd. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van
15 april 2019. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van
A.C. Karels, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 30 juni 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.