ECLI:NL:RBNHO:2020:4768

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 juni 2020
Publicatiedatum
1 juli 2020
Zaaknummer
HAA 18/5017 V
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet tijdige griffierechtbetaling ongegrond verklaard

Opposant stelde beroep in tegen een uitspraak van de Belastingdienst, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Tevens verklaarde de rechtbank zich onbevoegd ten aanzien van het verzoek om uitstel van betaling.

Tegen deze uitspraak stelde opposant verzet in en verzocht om uitstel van de verzetzitting, maar verscheen niet op de zitting. De rechtbank weigerde het uitstelverzoek en besloot op het verzet zonder zitting.

Opposant voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was wegens ernstige ziekte, onderbouwd met medische stukken. De rechtbank oordeelde echter dat de gezondheidsproblemen niet zodanig ernstig waren dat opposant niet tijdig het griffierecht kon betalen of iemand kon inschakelen.

Daarom bleef de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in stand en werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het verzet van opposant wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 18/ 5017 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juni 2020 op het verzet van

[X] , te [Z], opposant.

Procesverloop

Opposant heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam van 31 oktober 2018 beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 11 februari 2019 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard en zich, zoverre het verzoek van opposant zich richt tegen uitstel van betaling, onbevoegd verklaard.
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Opposant heeft verzocht om op een zitting te worden gehoord. Opposant heeft meerdere malen verzocht om uitstel van het verzet op zitting. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2020. Opposant is niet verschenen.

Overwegingen

1. De griffier heeft opposant bij brief van 29 mei 2020 in de gelegenheid gesteld om over het verzet te worden gehoord op 26 juni 2020. Bij fax van 2 juni 2020 heeft opposant verzocht die verzetzitting uit te stellen. Dit verzoek om uitstel heeft de rechtbank afgewezen bij brief van 4 juni 2020. De rechtbank heeft, het belang van opposant afwegende tegen het algemeen belang van een doelmatige procesgang, geen aanleiding gezien opposant opnieuw in de gelegenheid te stellen om over het verzet te worden gehoord en beslist hierbij dan ook op het verzet van opposant.
2. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposant niet binnen de gestelde termijn het verschuldigde griffierecht heeft voldaan. Daarnaast heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard ten aanzien van het verzoek van opposant om uitstel van betaling.
3. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat in casu sprake is van een verschoonbare overschrijding van de termijn voor de betaling van het griffierecht omdat sprake was van een overmachtssituatie, te weten ernstige ziekte. Opposant legt voorts een aantal medische bescheiden over waaruit zou blijken dat opposant ernstig ziek was en daarom buiten staat was om werkzaamheden te verrichten.
4. De rechtbank oordeelt dat niet gebleken is dat de gezondheidsproblemen zodanig ernstig zijn geweest, dat het opposant om die reden onmogelijk was om tijdig het griffierecht te voldoen dan wel iemand te vragen zijn belangen te behartigen. Dat opposant dit heeft nagelaten, dient voor zijn rekening te blijven. Er is dan ook geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
5. In wat opposant heeft aangevoerd, ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 11 februari 2019. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van
A.C. Karels, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 30 juni 2020.
Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.