De passagiers vorderden compensatie van Austrian Airlines wegens een vertraging van meer dan drie uur op hun vlucht van Belgrado via Wenen naar Amsterdam. Austrian Airlines verweerde zich met het beroep op buitengewone omstandigheden, namelijk opgelegde Calculated Take Off Times (CTOT) door de luchtverkeersleiding, die de vertraging veroorzaakten.
De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd was en dat de passagiers inderdaad met meer dan drie uur vertraging aankwamen. Austrian Airlines toonde aan dat de vertraging het gevolg was van meerdere CTOT's opgelegd door de luchtverkeersleiding wegens capaciteitsproblemen en weersomstandigheden, wat als buitengewone omstandigheden kwalificeert.
De rechtbank oordeelde dat Austrian Airlines alle redelijke maatregelen had genomen, waaronder het omboeken van passagiers naar een latere vlucht. De passagiers slaagden er niet in aan te tonen dat er een eerdere beschikbare vlucht was. Daarom werd de vordering afgewezen en werden de proceskosten aan de passagiers opgelegd.