Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
niet meervoldoet aan de in artikel 4 dan Pro wel 5 genoemde voorwaarden. De rechtbank onderschrijft niet het standpunt van verweerder dat een redelijke uitleg van dit artikel met zich brengt dat ook een situatie waarin nimmer is voldaan aan de voorwaarden daaronder moet worden gebracht.
.De rechtbank ziet geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen, nu aan verweerder niet de bevoegdheid kan worden ontzegd een besluit in te trekken wanneer achteraf blijkt dat dit besluit op een vergissing berust, mits hierbij de algemene maatregelen van bestuur in acht genomen worden (vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 december 2001, ECLI:NL:RVS:AD7859). De rechtbank ziet geen aanleiding voor toepassing van de bestuurlijke lus, omdat de uitkomst van de heroverweging die verweerder dient te maken ongewis is. De rechtbank ziet ook geen aanleiding voor het ambtshalve treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb.
Beslissing
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het bestreden besluit, gegrond;