Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- [appellant], vergezeld door [A.] (beschermingsbewindvoerder) en bijgestaan door mr. Van Espen voornoemd;
- [B.], bewindvoerder.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 6 juli 2020 het hoger beroep van de schuldenaar tegen de beschikking van de rechter-commissaris van 9 april 2020, waarin toestemming werd verleend tot het starten van verkoopactiviteiten van zijn woning in het kader van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
De woning heeft een recente taxatiewaarde van €160.000, met een hypothecaire lening van circa €138.823 en een gekoppelde polis van circa €26.000. De rechter-commissaris oordeelde dat er sprake is van overwaarde die kan worden benut om schuldeisers te voldoen. De schuldenaar betwistte de taxatie, stelde dat de woning gebreken heeft en onverkoopbaar is, en vreesde voor zijn woonsituatie en stress door verkoopactiviteiten.
De rechtbank overwoog dat het uitgangspunt in de Wsnp is dat de woning wordt verkocht, tenzij de overwaarde op een andere wijze in de boedel kan vloeien of verkoop strijdig is met het hoofddoel van de Wsnp, namelijk een schone lei voor de schuldenaar. De rechtbank vond de bezwaren onvoldoende onderbouwd, achtte de taxatie niet onrealistisch en merkte op dat de schuldenaar geen concrete pogingen had gedaan tot alternatieve huisvesting of herfinanciering.
Daarom werd het beroep afgewezen en bleef de beschikking van de rechter-commissaris in stand, zodat verkoopactiviteiten mogen worden voortgezet.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beschikking tot verkoop van de woning wordt bevestigd.