ECLI:NL:RBNHO:2020:4992
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens ambtelijk verzuim en toekenning immateriële schadevergoeding
Eiser diende in maart 2015 een digitale aangifte inkomstenbelasting 2014 in met aftrekposten voor levensonderhoud kinderen en specifieke zorgkosten. Verweerder legde in april 2016 een aanslag op conform deze aangifte, maar stelde in maart 2017 vragen waarop geen reactie kwam. Vervolgens werd in oktober 2017 een navorderingsaanslag opgelegd waarbij de aftrekposten werden gecorrigeerd.
Eiser betwistte de navordering en stelde dat er geen nieuw feit was en dat sprake was van ambtelijk verzuim. De rechtbank oordeelde dat het tijdsverloop van bijna een jaar tussen het vaststellen van de aanslag in het systeem en de verzending ervan aan verweerder moet worden toegerekend, wat een ambtelijk verzuim vormt dat navordering in de weg staat.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van het bezwaar en beroep was overschreden met meer dan zes maanden, waarop de rechtbank een immateriële schadevergoeding van €1.000 toekende. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door rechter B. van Walderveen op 10 juli 2020 te Haarlem. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en belastingrente worden vernietigd wegens ambtelijk verzuim en eiser ontvangt een immateriële schadevergoeding van €1.000.