ECLI:NL:RBNHO:2020:4995
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens strijd met correctiebeleid en toekenning immateriële schadevergoeding
De zaak betreft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2012 die door de Belastingdienst is opgelegd aan eiseres. De navorderingsaanslag werd verminderd bij uitspraak op bezwaar, maar eiseres stelde beroep in bij de rechtbank. De rechtbank heeft onderzocht of de navorderingsaanslag terecht en correct was opgelegd.
Uit het dossier blijkt dat de navorderingsaanslag is opgelegd in strijd met het correctiebeleid, hetgeen door verweerder ook werd erkend. Hierdoor kan de navorderingsaanslag niet in stand blijven. Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep met ongeveer 11 maanden is overschreden, wat aanleiding geeft tot een immateriële schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is, vernietigt de uitspraak op bezwaar en de navorderingsaanslag inclusief de beschikking belastingrente. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding aan eiseres en de Staat, naar rato van de overschrijding in bezwaar- en beroepsfase. Tevens worden de proceskosten van eiseres aan verweerder opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter B. van Walderveen op 10 juli 2020.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd wegens strijd met het correctiebeleid en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van immateriële schadevergoeding en proceskosten.