ECLI:NL:RBNHO:2020:5084
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening uitbreiding huishoudelijke hulp Wmo 2015
Verzoekster heeft bij besluit van 30 april 2020 een afwijzing ontvangen op haar aanvraag tot directe uitbreiding van huishoudelijke hulp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Hiertegen maakte zij bezwaar en verzocht zij om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 14 mei 2020, gehouden via Skype, werd het verzoek aangehouden in afwachting van nader onderzoek en een huisbezoek gepland op 18 mei 2020.
Na het huisbezoek heeft verweerder besloten dat de melding om uitbreiding van huishoudelijke hulp conform artikel 2.3.2, eerste lid, Wmo 2015 positief werd ontvangen, maar de noodmaatregel als bedoeld in artikel 2.3.3 Wmo 2015 werd afgewezen. Verzoekster berustte in deze afwijzing, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening feitelijk kwam te vervallen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om voorlopige voorziening en het verzoek tot proceskostenveroordeling daarom moeten worden afgewezen. Het positieve besluit op de melding om uitbreiding valt buiten de reikwijdte van dit geding. De uitspraak is gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling worden afgewezen.