ECLI:NL:RBNHO:2020:5092

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 juli 2020
Publicatiedatum
9 juli 2020
Zaaknummer
HAA 20/988
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55b Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken geldige ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen Ziektewetuitkering

Eiseres heeft op 9 december 2019 een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Ziektewet. Zij stelde verweerder bij brief van 17 januari 2020 in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een beslissing. Verweerder heeft op 2 april 2020 een verweerschrift ingediend.

De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling van eiseres niet geldig is, omdat verweerder op het moment van de ingebrekestelling nog niet in gebreke was. Volgens artikel 6:12 Awb Pro kan een ingebrekestelling pas plaatsvinden nadat het bestuursorgaan in gebreke is en twee weken zijn verstreken na de schriftelijke mededeling van die ingebrekestelling. Dit was hier niet het geval.

Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter L.M. Kos op 13 juli 2020 en is niet uitgesproken op een openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/988

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A. van Deuzen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Eiseres bij brief van 26 februari 2020 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op de aanvraag om toekenning van een uitkering op grond van de Ziektewet (Zw) van 9 december 2019.
Verweerder heeft op 2 april 2020 de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 25 mei 2020 heeft eiseres op het verweerschrift gereageerd.

Overwegingen

Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Awb, kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
Ingevolge artikel 8:55b, eerste lid, van de Awb doet de rechtbank, indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, binnen acht weken nadat het beroepschrift is ontvangen en aan de vereisten van artikel 6:5 van Pro de Awb is voldaan, uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb, tenzij de rechtbank een onderzoek ter zitting noodzakelijk acht.
Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. Tegen het niet tijdig beslissen staat dan ook beroep bij de rechtbank open.
4. Ingevolge artikel 6:12, tweede lid, van de Awb kan het beroepschrift worden ingediend zodra:
a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
5. Ingevolge Artikel 72b, eerste lid, van de Zw worden beschikkingen op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen, onverminderd artikel 72c, gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. Ingevolge het tweede lid van dit artikel is de redelijke termijn in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde lid is gedaan.
6. Eiseres heeft op 9 december 2019 een aanvraag ingediend. Gelet op het voorgaande had verweerder uiterlijk op 3 februari 2020 op de aanvraag moeten beslissen.
7. De rechtbank stelt vast dat eiseres verweerder bij brief van 17 januari 2020 heeft meegedeeld dat hij in gebreke is. Uit het vorenoverwogene blijkt echter dat verweerder op
17 januari 2020 nog niet in gebreke was op de aanvraag te beslissen. Nu er geen sprake is van een geldige ingebrekestelling zoals bedoeld in artikel 6:12 van Pro de Awb is het beroep reeds hierom niet-ontvankelijk.
8. Het beroep is niet-ontvankelijk.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep in verband met het niet tijdig nemen van een besluit
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 13 juli 2020 door mr. L.M. Kos, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij deze rechtbank.
Het verzet dient gedaan te worden door het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.