Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift tot een bevel van een voorlopig deskundigenonderzoek, ingekomen op 5 februari 2020, met producties 1 tot en met 5;
- het verweerschrift, ingekomen op 15 mei 2020 met producties 1 tot en met 7;
- de mondelinge behandeling op 27 mei 2020 via Skype voor bedrijven, waar zijn verschenen [verzoeker] , bijgestaan door mr. Wernik, mevrouw [naam 1] , partner van [verzoeker] en mr. de Ridder. Allen waren voor elkaar hoorbaar.
2.Het verzoek en het verweer
3.De beoordeling
4.De beslissing
Kunt u voor dat geval tevens zo uitvoerig mogelijk toelichten in hoeverre dat voor het verdere beloop zou hebben uitgemaakt?
Kunt u daarbij met name ook aangeven of dat er toe zou hebben geleid dat de operatieve ingreep die op 9 augustus 2017 in het LUMC plaatsvond eerder zou zijn verricht en zo ja op welk moment?
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- dat de deskundige verzoeker in de gelegenheid moet stellen om gebruik te maken van zijn
- dat, indien verzoeker binnen die termijn mededeelt gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden onmiddellijk moet staken en dit aan de rechtbank moet mededelen,
- dat, indien verzoeker geen gebruik maakt van zijn inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden,
binnen vier wekendienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren.