Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Bij besluit van 13 september 2017 heeft verweerder de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever van eiseres verlengd tot 11 oktober 2018. Bij besluit van 16 oktober 2018 heeft verweerder eiseres een voorschot toegekend van 75% van haar voorlopige WIA-maandloon.
In overleg met de gemachtigde van eiseres is het rapport van 3 oktober 2019 ook beschouwd als rapportage in bezwaar in de procedure naar aanleiding van de ziekmelding op 4 juni 2019. Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.
Het bestreden besluit vermeldt dat de functie zou zijn aangepast na de laatste bezwaarprocedure en verweerder refereert dienaangaande aan een eerdere FML. Er is echter niet gemeld op welke wijze deze zou zijn aangepast en waarom juist deze geschikt zou moeten zijn, temeer omdat de klachten van eiseres zijn toegenomen.
Hierin staat vermeld dat de schouderklachten, destijds geduid als slijmbeursontsteking, nu als SAPS, al verwerkt waren in de geduide functies, evenals de fybromyalgie.
Bij de onderhavige ZW-beoordeling zijn deze fysieke klachten nog extra gewogen ten aanzien van het aspect reiken, doch de visie van de primaire verzekeringsarts dat dit geen consequenties had voor de geduide functie is voldoende inzichtelijk onderbouwd. Overigens is terecht in de rapportage van 3 oktober 2019 vermeld dat het hooguit lichte artrose van een van de middenhandsgewrichten betreft.
De psychische klachten waren in de voorgaande beoordelingen al uitgebreid gewogen en dat is nogmaals gedaan in de rapportage van 3 oktober 2019. De geschiktheid voor de geduide functies met de in het verleden reeds toegekende beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren is voldoende onderbouwd om te volgen. In het beroepschrift staan geen gronden om de oordeelsvorming, zoals deze sinds oktober 2018 is gevolgd, en waar de rapportage van 3 oktober 2019 zich op baseert, te herzien.
In onderhavige procedure heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep inzichtelijk gemotiveerd waarom de functie productiemedewerker industrie, ondanks toegenomen beperkingen, nog geschikt is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft aangegeven dat een beperking bij een depressie, die op deadline/productiepieken, nog aannemelijk is en dat eiseres meer ruimte nodig heeft voor recuperatie/werken aan herstel, maar dat in de functie geen kenmerkende belasting is op deadlines/productiepieken en eiseres in deze functie ook naast deze werkzaamheden voldoende recuperatiemogelijkheden en ruimte voor behandeling heeft, omdat bij deze functie sprake is van een maximale belasting van 4 uur per dag en gemiddeld 19 uur per week.