ECLI:NL:RBNHO:2020:5111
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor aanwijzing andere bezwaar-/beroepsbehandelaar
Verzoeker heeft bij de rechtbank Noord-Holland een voorlopige voorziening gevraagd om een andere bezwaar-/beroepsbehandelaar aan te wijzen in verband met vermeende schendingen van objectieve en subjectieve onafhankelijkheid door de huidige behandelaar, de heer mr. B. Verzoeker stelde dat deze behandelaar vooringenomen is en dat er talrijke aangiftes tegen hem zijn gedaan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat aan het vereiste van materiële connexiteit is voldaan, aangezien het verzoek inhoudelijk verband houdt met de lopende bezwaar- en beroepsprocedures tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2014, 2015 en 2016. De rechter stelde vast dat de heer B niet betrokken was bij de besluiten waartegen bezwaar werd gemaakt en dat er geen aanwijzingen zijn voor schending van de Awb of het EVRM.
De vermeende vooringenomenheid werd niet aannemelijk geacht, ook niet vanwege de vele aangiftes tegen de heer B. Het voortzetten van de behandeling door de heer B werd niet als vooringenomenheid gezien, hoewel het passender zou zijn geweest als hij zich had onthouden. Ten aanzien van het verzoek over beslaglegging verklaarde de voorzieningenrechter zich onbevoegd en verwees verzoeker naar de civiele rechter.
De voorzieningenrechter wees het verzoek tot aanwijzing van een andere bezwaar-/beroepsbehandelaar af en verklaarde zich onbevoegd voor zover het verzoek betrekking had op beslaglegging. Er werden geen proceskosten aan een partij opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een andere bezwaar-/beroepsbehandelaar aan te wijzen wordt afgewezen en de voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd ten aanzien van het beslag.