ECLI:NL:RBNHO:2020:5113
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor aanwijzing andere bezwaarbehandelaar
Verzoekster, een B.V., maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting 2015 en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen door een andere bezwaarbehandelaar aan te wijzen. Verzoekster stelde dat de huidige bezwaarbehandelaar niet objectief en onafhankelijk is en dat er sprake is van vooringenomenheid, mede vanwege meer dan 200 aangiftes tegen deze persoon.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder mondelinge behandeling en stelde vast dat aan het formele en materiële connexiteitsvereiste is voldaan. Er was voldoende inhoudelijk verband tussen het verzoek en het bezwaar tegen de aanslag. De rechter oordeelde echter dat uit de stukken bleek dat de bezwaarbehandelaar niet betrokken was bij het oorspronkelijke besluit en dat er geen aanwijzingen waren voor schending van de Awb of het EVRM.
Ook het feit dat de bezwaarbehandelaar bij andere bezwaarschriften betrokken was en dat er aangiftes tegen hem waren gedaan, was onvoldoende om vooringenomenheid aan te nemen. Hoewel het passender was geweest als de bezwaarbehandelaar zich had onthouden van behandeling tijdens het verzoek, leidde dit niet tot een andere conclusie.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een andere bezwaarbehandelaar aan te wijzen wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van vooringenomenheid.