ECLI:NL:RBNHO:2020:5149
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning IVA-uitkering per juiste ingangsdatum ondanks late aanvraag
Eiser, voormalig docent met een arbeidsovereenkomst onder Nederlands recht, vroeg een IVA-uitkering aan. De aanvraag voor de WIA-uitkering werd echter 573 dagen te laat ingediend, waardoor de uitkering niet eerder dan 25 april 2018 kon ingaan. Verweerder legde de loondoorbetalingsverplichting aan de werkgever op tot 24 april 2019.
Eiser stelde dat de uitkering per een eerdere datum toegekend moest worden vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder onduidelijkheid over het toepasselijke recht en het niet naleven van re-integratieverplichtingen door de werkgever. Tevens voerde hij aan dat de loondoorbetalingsverplichting ten onrechte werd verlengd wegens de te late aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat de besluiten over de loondoorbetalingsverplichting en de late aanvraag in rechte vaststaan en dat het beroep zich niet richt op herziening daarvan. Ook werd het bezwaar tegen de weigering van een ZW-uitkering ingetrokken, waardoor het besluit vaststaat dat eiser niet als ziek geregistreerd stond bij verweerder.
Gelet op deze feiten is de ingangsdatum van de IVA-uitkering terecht vastgesteld op 24 april 2019. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De IVA-uitkering wordt terecht per 24 april 2019 toegekend vanwege de te late WIA-aanvraag en de loondoorbetalingsverplichting.