ECLI:NL:RBNHO:2020:5151

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 juli 2020
Publicatiedatum
10 juli 2020
Zaaknummer
7974528
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EG) nr. 261/2004artikel 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004artikel 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering compensatie annulering vlucht wegens buitengewone weersomstandigheden

Flightright vordert namens een passagier compensatie wegens de annulering van vlucht KL1887 van Amsterdam naar Neurenberg op 17 maart 2018, waarbij de passagier met meer dan zes uur vertraging aankwam. KLM Cityhopper (KLC) betwist de vordering en voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden met harde wind en sneeuwval, die leidden tot een capaciteitsreductie door de luchtverkeersleiding op Schiphol.

De rechtbank stelt vast dat KLC voldoende heeft aangetoond dat de capaciteitsbeperking door de luchtverkeersleiding noodzakelijk was vanwege de weersomstandigheden en dat dit een buitengewone omstandigheid vormt die de compensatieplicht uitsluit. Tevens is vastgesteld dat KLC alle redelijke maatregelen heeft genomen om de annulering te voorkomen, waaronder het hanteren van een buffer in het vluchtschema.

Flightright's primaire verweer over de rechtsgeldigheid van de overdracht van het vorderingsrecht is door KLC niet gehandhaafd, waardoor dit verweer wordt gepasseerd. De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt Flightright tot betaling van de proceskosten en nakosten van KLC.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens annulering vlucht wordt afgewezen wegens buitengewone weersomstandigheden en capaciteitsreductie.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 7974528 \ CV EXPL 19-11995 (WT)
Uitspraakdatum: 1 juli 2020
Vonnis in de zaak van:
de rechtspersoon naar Duits recht Flightright GmbH
gevestigd te Hamburg, Duitsland
hierna te noemen Flightright
gemachtigde mr. H. Yildiz (Weiss Legal te Amsterdam)
tegen
De besloten vennootschap KLM Cityhopper B.V.
gevestigd te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen KLC
gemachtigde mr. M. Lustenhouwer, advocaat te Rotterdam

1.Het procesverloop

1.1.
Flightright heeft bij dagvaarding van 26 juni 2019 een vordering tegen KLC ingesteld. KLC heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
Flightright heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna KLC een schriftelijke reactie heeft gegeven. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

2.De feiten

2.1.
[de passagier] (hierna: de passagier) heeft met KLC een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan KLC de passagier op 16 maart 2018 met vlucht KL0810 diende te vervoeren van Kuala Lumpur International Airport, Sepang (KUL) naar Amsterdam Schiphol Airport (AMS) en vervolgens op 17 maart 2018 met vlucht KL1887 van Amsterdam Schiphol Airport (AMS) naar Neurenberg Airport, Neurenberg (NUE), hierna: de vlucht.
2.2.
Vlucht KL1887 van Amsterdam naar Neurenberg is geannuleerd. De passagier is omgeboekt op een andere vlucht en hierdoor met een vertraging van meer dan zes uur op zijn eindbestemming aangekomen.
2.3.
De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht overgedragen aan Flightright.
2.4.
Flightright heeft compensatie van KLC gevorderd in verband met voornoemde vertraging.
2.5.
KLC heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.De vordering

3.1.
Flightright vordert dat KLC bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
3.2.
Flightright heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Flightright stelt dat KLC vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 600,00.

4.Het verweer

4.1.
KLC betwist de vordering. Zij stelt zich primair op het standpunt dat niet kan worden geverifieerd of de passagier zijn vorderingsrecht rechtsgeldig aan Flightright heeft overgedragen, nu er geen kopie van het paspoort van de passagier is overgelegd.
4.2.
Subsidiair beroept KLC zich op buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening. Op 17 maart 2018 heeft de luchthaven Schiphol te maken gekregen met slechte weersomstandigheden, te weten harde wind en windstoten. Deze weersomstandigheden en de als gevolg daarvan door de luchtverkeersleiding opgelegde capaciteitsbeperkingen hebben ertoe geleid dat vlucht KL1883 geannuleerd moest worden. KLC heeft hierop geen enkele invloed kunnen uitoefenen.
4.3.
Verder voert KLC verweer tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
4.4.
Voor zover van belang zal op de standpunten van KLC hierna nog nader worden ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
5.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. Nu gesteld, noch gebleken is dat KLC zich kan beroepen op artikel 5, eerste lid, onder c sub i, ii of iii van de Verordening, geldt er in beginsel een compensatieplicht voor KLC. Dit is anders indien KLC kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
5.3.
In de punten 14 en 15 van de Considerans van de Verordening staat dat dergelijke omstandigheden zich onder meer kunnen voordoen in geval van onverwachte vliegveiligheidsproblemen, weersomstandigheden die de uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen en wanneer een besluit van de luchtverkeersleiding voor een specifiek toestel op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt.
5.4.
Ten aanzien van het primaire verweer overweegt de kantonrechter als volgt. Flighright heeft bij dagvaarding een kopie van het
“Assignment form”overgelegd waaruit blijkt dat de passagier zijn vordering heeft overgedragen aan Flightright. KLC stelt op het standpunt dat zij niet kan verifiëren of de vordering rechtsgeldig is overgedragen, nu er geen kopie van het paspoort van de passagier is overgelegd. Nadat Flightright bij repliek het gestelde in de conclusie van antwoord heeft betwist, heeft KLC haar primaire verweer bij dupliek niet langer gehandhaafd. De kantonrechter zal dit verweer van KLC dan ook passeren.
5.5.
KLC voert subsidiair aan dat vlucht KL1883 van Amsterdam naar Neurenberg gepland stond om te vertrekken om 09:05 UTC/10:05 uur lokale tijd. Op 17 maart 2018 heeft het KNMI aangekondigd dat de luchthaven te kampen zou krijgen met een harde wind van 20 tot 25 knopen met windstoten tot wel 35 knopen. Achteraf is ook gebleken dat deze aangekondigde weersomstandigheden zich daadwerkelijk hebben voorgedaan en zelfs slechter waren dan voorspeld. KLC wijst in dit verband op productie 3 bij conclusie van antwoord, waaruit niet alleen blijkt van een windkracht tussen de 20 en 27 knopen maar waaruit ook volgt dat er sprake was van een lichte sneeuwval. Dit is van invloed op de vliegveiligheid, aldus KLC. De luchtverkeersleiding heeft daarom aangekondigd de baancapaciteit te verminderen en dat baan 36L niet voor al het outbound verkeer kon worden gebruikt (enkel verkeer naar de sectoren 1, 4 en 5). Dit blijkt uit het als productie 4 bij conclusie van antwoord overgelegde
“capacity forecast”. De luchtverkeersleiding heeft Eurocontrol op de hoogte gesteld van de aangekondigde weersomstandigheden en de daarop getroffen veiligheidsmaatregelen. Eurocontrol heeft hierop een zichtbare regulatie afgekondigd.
5.6.
Doordat minder luchtverkeer mogelijk was zouden vertragingen ontstaan die als een zogenaamd sneeuwbaleffect zouden oplopen. Aangezien Schiphol de thuisbasis is van KLC is een sterke reductie direct van invloed op de vluchten van KLC. KLC heeft een buffer in haar schema. Zolang de berekening aangeeft dat de gemiddelde vertraging onder de 70 minuten blijft kunnen alle vluchten worden uitgevoerd. Komt het gemiddelde boven de 70 minuten dan heeft het sneeuwbaleffect tot gevolg dat niet alle geplande vluchten kunnen worden uitgevoerd. Daarvoor is onvoldoende ruimte beschikbaar op de luchthaven en KLC weet dat in dat geval haar toestellen en bemanningsleden op de buitenstations zullen stranden. KLC zal dan moeten annuleren. KLC kan geen invloed uitoefenen op de onderhavige omstandigheden, aldus KLC. Het vaststellen van capaciteit is immers de exclusieve bevoegdheid van de luchtverkeersleiding. Het reduceren van de capaciteit is een maatregel die de luchtverkeersleiding treft om de veiligheid in het luchtverkeer als geheel te waarborgen. Het feit dat een capaciteitsreductie ziet op al het vliegverkeer en niet op één specifieke vlucht maakt niet dat er geen sprake kan zijn van buitengewone omstandigheden. Capaciteitsreducties zijn dan ook niet inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van een luchtvaartmaatschappij, aldus nog steeds KLC.
5.7.
Flightright betwist dat sprake is van buitengewone weersomstandigheden. De door KLC overgelegde METAR gegevens bevestigen weliswaar dat er sprake was van een krachtige wind maar als naar de METAR gegevens van 09:25 UTC wordt gekeken is geen sprake meer van mogelijke windstoten; de wind was aflopend, aldus Flightright. Voorts volgt uit de jurisprudentie dat de weersomstandigheden uitzonderlijk moeten zijn wil een beroep op bijzondere omstandigheden slagen, aldus Flightright. Tevens dient sprake te zijn van een besluit van de luchtverkeersleiding dat van toepassing is op een specifiek vliegtuig op een specifieke dag, dit is niet het geval. KLC heeft zelf besloten om vlucht KL1883 te annuleren. Dit is een operationele keuze geweest. KLC is ook de enige instantie die een dergelijke beslissing kan nemen, aldus nog steeds Flightright.
5.8.
Een capaciteitsrestrictie kan mogelijk een buitengewone omstandigheid opleveren. Het is daarbij echter aan de luchtvaartmaatschappij om aan te tonen dat zij, gelet op de duur en mate van de restricties geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. De kantonrechter is van oordeel dat KLC voldoende heeft aangetoond dat de luchtverkeersleiding vanwege de voorspelde weersomstandigheden heeft besloten dat er op 17 maart 2018 significant minder luchtverkeer mocht worden uitgevoerd dan gepland. KLC heeft voorts voldoende onderbouwd dat haar thuisbasis Schiphol is en dat al haar vluchten vertrekken en aankomen op Schiphol. In de verklaring van de luchtverkeersleiding (productie 5 conclusie van antwoord) staat onder meer:
“In order to reduce (more and longer) delays of other flights and/or to prevent drastic disruptions over a longer period of time, it is common practice after a capacity reduction that KLM as the mains user of Amsterdam Airport Schiphol cancels flights”. De kantonrechter begrijpt dat hetzelfde geldt voor KLC. Een capaciteitsreductie op Schiphol zal dan ook vrijwel altijd van invloed zijn op de vluchten van KLC. Daarbij heeft KLC ook voldoende aannemelijk gemaakt dat zij aan de hand van de capaciteitsreductie een berekening van het effect van die omstandigheden op de operatie van KLC heeft gemaakt. Aan de hand van de berekening is vastgesteld dat de gemiddelde vertraging boven de 70 minuten zou uitkomen waardoor KLC genoodzaakt is geweest vluchten te annuleren. Gezien voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de capaciteitsreductie van de luchtverkeersleiding als gevolg van de slechte weersomstandigheden een buitengewone omstandigheid oplevert. Immers heeft KLC geen andere keuze dan het annuleren van vluchten vanwege de capaciteitsreductie door de luchtverkeersleiding. KLC heeft voldoende onderbouwd dat de onderhavige vlucht een van die vluchten was.
5.9.
De vraag die vervolgens dient te worden beantwoord is of KLC alle redelijke maatregelen heeft genomen om de annulering te voorkomen. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. KLC heeft voldoende onderbouwd dat zij een buffer in haar schema heeft. Met KLC is de kantonrechter van oordeel dat van KLC in redelijkheid niet kan worden gevergd dat zij een grotere buffer inruimt om annuleringen op zeer verstoorde dagen te voorkomen. Niet valt in te zien welke maatregelen KLC in dit geval had moeten nemen om de annulering te voorkomen. De kantonrechter wijst de vordering van de passagier dan ook af.
5.10.
De proceskosten komen voor rekening van Flightright, omdat deze ongelijk krijgt.
5.11.
Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door KLC worden gemaakt.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
wijst de vordering af;
6.2.
veroordeelt Flightright tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor KLC worden vastgesteld op een bedrag van € 120,00 aan salaris van de gemachtigde van KLC.
6.3.
veroordeelt Flightright tot betaling van € 60,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door KLC worden gemaakt.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter