ECLI:NL:RBNHO:2020:5166

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 juli 2020
Publicatiedatum
10 juli 2020
Zaaknummer
7089550 \ CV EXPL 18-6158
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 224 RvArt. 222 RvArt. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Compensatievordering wegens geannuleerde vlucht Amsterdam-San Diego afgewezen voor incassokosten

Airhelp vordert namens passagiers compensatie van British Airways wegens annulering van een vlucht van Amsterdam naar San Diego via Londen op 22 december 2016. British Airways stelt dat de annulering het gevolg was van weersomstandigheden en een besluit van het luchtverkeersbeheer, waardoor sprake zou zijn van buitengewone omstandigheden die compensatie uitsluiten.

De rechtbank stelt vast dat het zicht ten tijde van de vlucht voldoende was en dat het luchtverkeersbeheer slechts algemene beperkingen heeft ingesteld, niet specifiek voor de vlucht. British Airways heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de weersomstandigheden of het besluit van het luchtverkeersbeheer de annulering rechtvaardigen als buitengewone omstandigheden.

Daarom wordt de compensatieplicht van British Airways bevestigd en wordt zij veroordeeld tot betaling van €1.800,- plus wettelijke rente en proceskosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de werkzaamheden.

De uitspraak is gedaan door kantonrechter S.N. Schipper op 10 juli 2020.

Uitkomst: British Airways wordt veroordeeld tot betaling van €1.800,- compensatie en proceskosten, incassokosten worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 7089550 \ CV EXPL 18-6158
Uitspraakdatum: 22 april 2020
Vonnis in de zaak van:
De rechtspersoon naar het recht van Hong Kong
Airhelp Limited
gevestigd te Hong Kong
eiseres
hierna te noemen Airhelp
gemachtigde mr. H. Yildiz
tegen
De buitenlandse vennootschap
British Airways Plc
mede gevestigd te Amsterdam
gedaagde
hierna te noemen British Airways
gemachtigde mr. J.W.A. Lameijer

1.Het procesverloop

1.1.
Airhelp heeft bij dagvaarding van 17 juli 2018 een vordering tegen British Airways ingesteld. British Airways heeft een incidentele conclusie strekkende tot zekerheidsstelling voor proceskosten ex artikel 224 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) genomen. Airhelp heeft hierop schriftelijk gereageerd. De kantonrechter heeft bij vonnis in het incident van 20 maart 2019 de incidentele vordering van British Airways toegewezen en Airhelp bevolen om zekerheid te stellen. Bij brief van 10 april 2019 heeft British AirwaysBritish Airways de kantonrechter geïnformeerd dat Airhelp zekerheid heeft gesteld voor de proceskosten.
1.2.
Vervolgens heeft British Airways een incidentele conclusie strekkende tot voeging ex artikel 222 Rv Pro genomen. Airhelp heeft hierop schriftelijk gereageerd. De kantonrechter heeft bij vonnis in het incident van 2 oktober 2019 de incidentele vordering van British Airways afgewezen.
1.3.
British Airways heeft vervolgens schriftelijk geantwoord in de hoofdzaak. Airhelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna British Airways een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
[passagier 1] , [passagier 2] en [passagier 3] , hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers, hebben met British Airways een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan British Airways de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport naar San Diego, via Londen Heathrow, op 22 december 2016, hierna: de vlucht.
2.2.
De vlucht van Amsterdam naar Londen is geannuleerd, waardoor de passagiers de vlucht van Londen Heathrow naar San Diego hebben gemist.
2.3.
Airhelp heeft compensatie van British Airways gevorderd in verband met voornoemde annulering.
2.4.
British Airways heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.De vordering

3.1.
Airhelp vordert dat British Airways bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.800,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 december 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 270,- aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
3.2.
Airhelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat British Airways vanwege de annulering van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 600,- per passagier.

4.Het verweer

4.1.
British Airways betwist de vordering. Zij voert aan dat sprake was van bijzondere omstandigheden die zij ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet kon voorkomen, zodat British Airways geen compensatie verschuldigd is voor de annulering van de vlucht. Het luchtverkeersbeheer van de luchthaven heeft wegens weersomstandigheden, namelijk langzaam opklarende mist, beperkingen ingesteld. British Airways is verplicht geweest om aan die restricties gehoor aan te geven. De vlucht is geannuleerd naar aanleiding van de verwachtte weersomstandigheden en het uiteindelijke besluit van het luchtverkeersbeheer.

5.De beoordeling

5.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
5.2.
Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd, zodat er in beginsel een compensatieplicht geldt voor British Airways. Dit is anders indien British Airways kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5, lid 3, van de Verordening.
5.3.
British Airways voert aan dat zij de vlucht van de passagiers geannuleerd heeft, als gevolg van de weersomstandigheden en een besluit van het luchtverkeersbeheer.
5.4.
Indien sprake is van weersomstandigheden die de uitvoering van de vlucht verhinderen, is het mogelijk dat geen compensatie verschuldigd is voor annulering van de vlucht. British Airways heeft echter, anders dan in de uitspraak waar zij naar verwijst, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de weersomstandigheden op zichzelf de uitvoering van onderhavige vlucht hebben verhinderd. Volgens British Airways is de (verwachte) langzaam opklarende mist (gedeeltelijk) de reden geweest voor de annulering. Uit de METAR gegevens blijkt dat, waar de onderhavige vlucht om 12.15 uur zou landen, het zicht om 11.50 uur meer dan 10 kilometer bedroeg. Ook blijkt uit de stelling van British Airways dat het luchtverkeersbeheer beperkingen heeft ingesteld voor het aantal landende toestellen, dat vliegverkeer wel mogelijk was.
5.5.
Gelet op punt 15 van de Considerans van de Verordening kan een besluit van het luchtverkeersbeheer onder buitengewone omstandigheden vallen, als dit besluit ziet op een specifieke dag en een specifiek toestel. Niet gebleken is dat het luchtverkeersbeheer een besluit heeft genomen en restricties heeft opgelegd ten aanzien van specifiek de onderhavige vlucht. De kantonrechter kan slechts vaststellen dat sprake was van algemene beperkingen. Als gevolg van die algemene beperkingen heeft British Airways de operationele keuze gemaakt om de onderhavige vlucht te annuleren. British Airways heeft nagelaten om expliciet aan te geven waarom de restricties en de duur en mate van die restricties hebben geleid tot annulering van de onderhavige vlucht, zodat een beroep op buitengewone omstandigheden in de zin van de Verordening niet slaagt.
5.6.
Nu geen sprake is van bijzondere omstandigheden, komt de kantonrechter niet toe aan beantwoording van de vraag of British Airways alle maatregelen heeft genomen om (de gevolgen van) de annulering te voorkomen.
5.7.
Nu British Airways voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op annulering van de vlucht worden toegewezen.
5.8.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.
5.9.
Airhelp heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. British Airways heeft deze vordering gemotiveerd betwist. Airhelp heeft hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.
5.10.
De proceskosten komen voor rekening van British Airways, omdat deze ongelijk krijgt.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
veroordeelt British Airways tot betaling aan Airhelp van € 1.800,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 december 2016, tot aan de dag van de algehele betaling;
6.2.
veroordeelt British Airways tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 103,81;
griffierecht € 476,00;
salaris gemachtigde € 360,00;
6.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter