ECLI:NL:RBNHO:2020:5186
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning in geschil met gemeente Purmerend
Eiser betwist de door de gemeente Purmerend vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het kalenderjaar 2019, stellende dat de waarde te hoog is vastgesteld. De woning betreft een hoekhuis met een inhoud van ongeveer 442 m3 en een perceel van 198 m2. Eiser voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met verschillen tussen de woning en referentieobjecten en wijst op een verkoopprijs uit 2016 en een eigen taxatierapport.
De gemeente heeft de waarde vastgesteld op €335.000 en onderbouwt dit met een taxatierapport en een waardematrix van een register-taxateur. De rechtbank laat één referentieobject buiten beschouwing wegens onvoldoende vergelijkbaarheid en concludeert dat de overige referentieobjecten voldoende vergelijkbaar zijn. De rechtbank weegt mee dat de staat van onderhoud en voorzieningen van de woning overeenkomen met de referentieobjecten.
Hoewel het verkoopcijfer van de woning uit 2016 ouder is dan de waardepeildatum, acht de rechtbank dit toch relevant. De gemeente heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde door stijgende prijzen in de regio niet te hoog is. Het door eiser ingebrachte taxatierapport leidt niet tot een andere conclusie. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €335.000 wordt ongegrond verklaard.