Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2020 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Bloemendaal, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil
De voornoemde vergelijkingsobjecten hebben een geheel andere ligging. Het vergelijkingsobject [adres 4] wijkt qua verkoopprijs te veel af van de waarde van de woning en is gelet op paragraaf 3.1.1. voornoemd derhalve evenmin bruikbaar ter onderbouwing van de waarde. Verweerder heeft in onvoldoende mate rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van de woning. In dit verband heeft eiser naar voren gebracht dat de woning, anders dan de vergelijkingsobjecten, bestemd is voor verhuur. Gelet op de zogenoemde verkrijgingsfictie hoeft verweerder hiermee geen rekening te houden (paragraaf 5.1. van de Waarderingsinstructie). Echter, vanwege de verhuurde staat wordt er slechts beperkt onderhoud uitgevoerd. Ook de kwaliteit en luxe blijven achter bij de gemiddelde woning.
Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat voldoende rekening is gehouden met de verschillen in inhoud, kwaliteit, uitstraling, doelmatigheid, voorzieningenniveau en de staat van onderhoud alsmede met de aanwezigheid van bijgebouwen. Verweerder heeft in dit verband ter zitting verklaard dat aangezien sprake is van zogenoemde “gestapelde bouw” er geen gebruik is gemaakt van een grondstaffel maar dat in plaats daarvan een liggingswaarde, zijnde een elektronische rekencomponent, is toegevoegd. Deze liggingswaarde, welke door de taxateur wordt toegevoegd, is afhankelijk van de grootte van het betreffende object alsmede van de ligging. Verweerder heeft ter zitting voorts onweersproken verklaard dat er tussen de woning en de vergelijkingsobjecten geen verschil in ligging is omdat alle een gemiddelde ligging hebben. In verband met het verschil in inhoud is aan de woning en het vergelijkingsobject [adres 6] derhalve een liggingswaarde toegekend van € 50.000 terwijl aan het vergelijkingsobject [adres 4] (een aanzienlijk grotere inhoud) een liggingswaarde is toegekend van € 75.000. De woning heeft een inhoud van 257 m³, [adres 6] een bijna gelijke inhoud van 259 m³ en [adres 4] een inhoud van 372 m³, welke inhoud ongeveer 50% groter. is dan van de beide andere objecten. Gelet hierop acht de rechtbank deze systematische wijze van vergelijken van woningen op zichzelf beschouwd bruikbaar en is deze naar het oordeel van de rechtbank door verweerder consistent toegepast.
Verweerder heeft ter zitting ingestemd met vergoeding van de kosten van 1 (één) uur van de door eiser in beroep overgelegde matrix. Gelet hierop zal de rechtbank met inachtneming van het tarief zoals is vastgesteld in de Richtlijn van de belastingkamers van de gerechtshoven inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties (Stcrt. 2018, nr. 28 796) de vergoeding hiervoor vaststellen op € 64,13 (1 uur à € 53 per uur, vermeerderd met 21% BTW). In totaal bedragen de door verweerder aan eiser te vergoeden proceskosten (voor kosten rechtsbijstand en taxatiekosten) dus € 1.636,13.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- vermindert de vastgestelde waarde van de woning per de waardepeildatum tot € 230.000;
- vermindert de aanslag onroerende-zaakbelasting 2019 dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de door eiser redelijkerwijs gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.636,13 en
- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 47 te vergoeden.
R. van der Vecht, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 17 juli 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.