ECLI:NL:RBNHO:2020:5199

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 juli 2020
Publicatiedatum
13 juli 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 1427
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting niet-ontvankelijk wegens ontbreken handelsregisteruittreksel

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2019. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

Volgens artikel 6:6 Awb Pro moet een beroepschrift vergezeld gaan van een uittreksel uit het handelsregister waaruit blijkt wie bevoegd is tot het instellen van beroep. Eiseres heeft dit niet overgelegd, noch een kopie van de statuten. De rechtbank heeft haar bij aangetekende brief verzocht dit binnen vier weken te herstellen, maar eiseres heeft niet gereageerd.

Omdat geen verontschuldiging is gegeven en de verzuimen niet zijn hersteld, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. van As op 17 juli 2020 zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van het vereiste handelsregisteruittreksel.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/1427

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2020 in de zaak tussen

[X] B.V., eiseres

(gemachtigde: drs. A.C. Krol),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bij brief van 6 februari 2020 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 27 december 2019 inzake de naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak januari 2019 tot en met maart 2019 met aanslagnummer [aanslagnummer] .

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Dit beroep zien mede op de opgelegde boete. De rechtbank is van oordeel dat de vereisten van een behoorlijk proces niet nopen tot een behandeling ter zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een uittreksel uit het handelsregister indienen waaruit blijkt wie als bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstel mogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Eiseres heeft bij haar beroepschrift geen uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel overgelegd. Eiseres heeft evenmin een kopie van de statuten overgelegd.
De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 20 mei 2020 verzocht om binnen
4 weken deze verzuimen te herstellen. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat deze brief op 22 mei 2020 is bezorgd op het kantooradres van gemachtigde. Eiseres heeft niet gereageerd. Eiseres heeft de verzuimen niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn hersteld.
4. Eiseres heeft geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor deze verzuimen.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 17 juli 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.